Praktische informatie voor ouders  

Basisschool AssenEr komt veel kijken bij het basisonderwijs. Veel zaken zijn geregeld en vastgelegd. Hier vind je veel van die praktische dingen. Vind je niet wat je zoekt? Bel gerust: 0592 – 309 105 of mail met info@vrijeschoolassen.nl. 

 

Open ochtend op donderdag 18 april van 9.00-10.30. U kunt tevoren al inlopen voor koffie en thee. Er zijn rondleidingen en er is gelegenheid tot het stellen van vragen. Voor kinderen geboren vanaf 1 oktober 2016 is er nog plek op onze school. Voor eerder geboren kinderen is er een wachtlijst.

 

 

Schooltijden en pauzes

 

 

Pauzeren

De klassen 1 t/m 6 hebben elke dag een korte ochtendpauze van 10.30 uur tot 10.45 uur.

Op de lange dagen is er ook een middagpauze.

De kinderen blijven tijdens de pauze over op school.

Schooltijden

De bel gaat om 8.25

 

ma di wo do vr
Jongste kleuters* 8.30-12.45

 

8.30-12.45 Niet of

8.30-12.45

8.30-12.45 8.30-12.45
Oudste kleuters*

en klas 1

8.30-12.45

Op deze dag ook 1e klassers ophalen via kleuteringang ivm pauze van andere lln.

8.30-14.45 8.30-12.45 8.30-14.45 8.30-12.45
Klas 2 t/m 6

 

8.30-14.45 8.30-14.45 8.30-12.45 8.30-14.45 8.30-12.45

 

 

LET OP: NIEUWE REGEL:

 

De leerkracht neemt de kinderen mee naar boven.

Als de laatste van alle rijen de trap op is wordt de trap tot 8.35 afgesloten.

Laatkomers wachten beneden tot zij een  teken krijgen om naar boven te gaan.

Deze nieuwe regel voeren we in omdat we het belangrijk vinden dat de klassen ‘s morgens de dag kunnen beginnen zonder verstoringen en, laten we eerlijk zijn, laatkomers zichtbaarder worden voor ons.

*Schooltijden en kleuters

  • Kleuters van 4 jaar starten altijd eerst met 4 ochtenden school ( ma – di – do – vr) en zijn dus elke woensdag vrij. Na overleg tussen leerkracht en ouders mogen zij ook op woensdagochtend naar school. Als een kleuter van 4 jaar een rustdag nodig heeft is dat altijd op de woensdag. Zo wordt het ritme voor de klas en voor de kleuter zelf in stand gehouden.
  • Jongste kleuters zijn kleuters van 4 en 5 jaar die het schooljaar daarna niet naar klas 1 gaan. Zij gaan nooit de middagen naar school.
  • Oudste kleuters zijn kleuters die voor 1 oktober van het volgende schooljaar 6 jaar worden. Deze kleuters gaan op alle ochtenden en op dinsdag – en donderdagmiddag naar school. De overgang naar klas 1 wordt zorgvuldig en individueel bekeken. We hanteren daarbij de grens van 1 oktober. In individuele gevallen kan daarvan worden afgeweken.

 

 

 

Aannameprocedure

 

 

Zowel bij aanname van een kleuter als een zij-instromer vindt er eerst een algemeen informatief gesprek plaats met de directeur en / of de IB’er en de ouders.

Bij zij-instromers neemt de IB’er, het informatief gesprek en na toestemming van de ouders, contact op met de school van herkomst. Als het een kind betreft met een specifieke onderwijsbehoefte wordt deze eerst goed in kaart gebracht, alvorens tot plaatsing over te gaan. Indien ouders weigeren de grondslag van de school te respecteren of te onderschrijven en wanneer wij niet aan de onderwijsbehoeften kunnen voldoen van het kind mag de school een leerling weigeren. Ook de samenstelling van de klas waarin het kind zou komen en de belastbaarheid van de klas en de leerkracht spelen een rol bij het besluit om een leerling te weigeren.

 

 

Ouderbijdragen

 

Vrijwillige ouderbijdrage

Niet alle activiteiten in onze scholen kunnen bekostigd worden vanuit de reguliere middelen vanuit de overheid. Daarom wordt aan de ouders jaarlijks een ouderbijdrage gevraagd. Deze bijdrage is vrijwillig. Bij aanname van een leerling kunnen ouders schriftelijk aan het CvB laten weten dat ze principieel bezwaar hebben tegen het betalen van een ouderbijdrage. Het niet (willen) betalen van een ouderbijdrage kan geen reden zijn een leerling niet aan te nemen.

Deze ouderbijdrage heeft een vrijwillig karakter, hanteert een solidair minimum en is verder gerelateerd aan aantal kinderen en inkomen van de ouders/verzorgers. De school heeft een systeem van berekening dat gebruikt kan worden als leidraad.

De inning van de ouderbijdragen is voor alle scholen centraal geregeld. De administratie, exploitatie en besteding wordt voor elke school apart bijgehouden. De oudergeleding van de MR en GMR heeft ingestemd.

Uitgebreide informatie over de ouderbijdrage krijgen ouders jaarlijks in de maand juni toegestuurd. Nieuwe ouders worden door de school na aanname geïnformeerd.

informatie over ouderbijdrage of vragen over de inning kunt u via ouderbijdrage@vsathena.nl stellen aan Rita Vrielink.
Zij is tevens op dinsdag tussen 09.00 uur – 15.00 uur en ’s avonds tussen 18.00 uur en 20.00 uur telefonisch bereikbaar op een speciaal mobiel nummer; 06 – 390 289 47.

 

Schoolregels

 

We gaan op Vrijeschool de Es uit van vier basisregels:

  • We zijn op school om samen te leren
  • We houden rekening met elkaar in spreken en doen
  • We gaan zorgvuldig om met onze eigendommen en die van anderen
  • Samen houden we de school opgeruimd

Hieronder vind je die regels en de consequenties die daaruit voortvloeien voor leerkrachten, leerlingen en ouders.

We zijn op school om samen te leren

Leerkrachten

–  zorgen dat het lokaal efficiënt is ingericht en ordelijk;

–  zorgen voor voldoende lesstof voor elke leerling;

–  bereiden de lessen goed voor;

–  zorgen dat het lesmateriaal goed verzorgd is;

–  houden vorderingen nauwkeurig bij in het leerlingvolgsysteem en bespreken dit zo nodig in de pedagogische vergadering.

Leerlingen

–  zorgen dat het stil en rustig is in de klas, zodat er goed gewerkt kan worden;

–  blijven op hun plaats zitten;

–  geven gevolg aan de vragen en opdrachten van de leerkracht;

–  zijn op tijd op school, zodat ze op tijd kunnen beginnen;

–  zorgen dat het huiswerk gemaakt is en dat ze altijd alle benodigdheden bij zich hebben.

Ouders

–  zorgen voor de voorwaarden die nodig zijn om hun kind te laten leren: tas, multomap,  gymkleren, vulpen, blokfluit enz.;

–  zorgen dat de kinderen op tijd op school zijn, zodat de lessen zonder vertraging kunnen beginnen;

–  verlaten om 8u30 de school, zodat het leren in alle rust kan plaatsvinden;

–  zien er op toe dat de kinderen uitgerust op school komen;

–  indien het kind om medische redenen verhinderd is, melden ze dit tussen 8u en  8u30 bij de balie. ( Wanneer het kind niet is afgemeld, belt de school om 8u45 naar de ouders)

 

We houden rekening met elkaar in spreken en doen

Leerkrachten

–  zijn open en eerlijk in het geven en ontvangen van adviezen;

–  hebben respect voor elkaar en elkaars visie en voor het wezen van het kind;

–  zijn verantwoordelijk voor de voorwaarden, die nodig zijn om ieder kind een veilige plek binnen de school te bieden.

Leerlingen

–  iedere leerling heeft recht op een veilige plek in de school;

–  iedere leerling respecteert daarom ook het recht van anderen;

–  leerlingen respecteren de door de leerkrachten, uit oogpunt van veiligheid, opgestelde regels (zoals voetballen op het plein, rennen in de gang, enz.).

Ouders

–  hebben respect voor de antroposofische uitgangspunten van het onderwijs;

–  hebben respect voor de door leerkrachten gestelde voorwaarden, dat nodig geacht worden om ieder kind een veilige plek binnen de school te bieden;

–  de basis voor de omgang met elkaar is, dat men respect heeft voor de visie van een ander, wat niet hoeft te betekenen dat men het er altijd mee eens is.

 

We gaan zorgvuldig om met onze eigendommen en die van anderen

Leerkrachten

–  dragen de eindverantwoordelijkheid voor het materiële (fysieke) beleid binnen de school;

–  dragen zorg voor een zorgvuldige ‘bewoning’ van het lokaal;

–  dragen gezamenlijk zorg voor de gemeenschappelijke ruimten (lerarenkamer, lerarenbibliotheek en gang);

–  zijn verantwoordelijk voor een zorgvuldig gebruik van het materiaal;

–  de school kan geen verantwoordelijkheid nemen voor ontvreemde of beschadigde eigendommen.

Leerlingen

–  gaan zorgvuldig om met het gebouw en het meubilair;

–  gaan zorgvuldig om met de door de school geboden materialen;

–  hebben respect voor de eigendommen van school, van de leerkrachten en van de medeleerlingen;

–  kunnen gebruik maken van de telefoon, nadat er overleg is geweest met de eigen leerkracht.

Ouders

–  kunnen, in overleg met de verantwoordelijke beheerder (meestal de baliemedewerker), in bepaalde gevallen gebruik maken van schoolmateriaal, waaronder telefoon en kopieerapparaat;

–  kunnen, in overleg met de verantwoordelijke beheerder, gebruik maken van bepaalde ruimten (met uitzondering van de lerarenkamer);

–  zijn verantwoordelijk voor eventuele schade, die de kinderen buiten schooltijd aanrichten (bv. tijdens het schoonmaken in de weekenden);

–  kunnen niet inkopen op rekening.

 

Samen houden we de school opgeruimd

Leerkrachten

–  zien erop toe dat er een klassendienst is, die de werkzaamheden naar behoren uitvoert;

–  dragen zelf de verantwoordelijkheid voor een opgeruimde klas;

–  dragen een gedeelde verantwoordelijkheid voor het opruimen van gemeenschappelijke ruimten in de school;

–  zijn verantwoordelijk voor een milieubewust gebruik van het gebouw en het materiaal en dragen dit uit naar leerlingen.

Leerlingen

–  dragen een gedeelde verantwoordelijkheid voor het opruimen van de klas;

–  nemen deel aan een corveerooster;

–  hebben zorg voor hun omgeving.

Ouders

–  participeren in het schoonmaakrooster.

Schoolreisje

De kleuterklassen en de eerste t/m de vijfde klas gaan eenmaal per jaar een dag op schoolreis. Klas zes gaat doorgaans meer dagen op schoolkamp. In overleg met de directie kan de leerkracht hiervan afwijken. De ouders dragen de kosten van het schoolreisjes. Per klas kan een spaarsysteem worden opgezet.

Olympisch kamp: traditiegetrouw doet klas vijf mee aan het Olympisch kamp.

De  Vrijescholen uit Friesland, Groningen en Drenthe gaan met elkaar een Olympische strijd aan. De spelen worden op de eerste dag ( schooldoorbrekend) geoefend en op de tweede dag in een wedstrijd uitgespeeld. Welke stad gaat er winnen?

 

Aan te schaffen materiaal

In overleg met de leerkracht moeten in de loop van het jaar enkele materialen aangeschaft worden.

Voor de gymlessen hebben de kinderen een broekje, T-shirt en gymschoenen nodig.

Vanaf de tweede helft eerste klas gebruiken de kinderen in de fluitlessen hun eigen diatonische blokfluit (merk: Choroi). Informatie over – en de aanschaf van de fluit, is te verkrijgen bij de balie op school.

Ziekte of afwezigheid van de leerkracht

Bij ziekte van een leerkracht zal er voor vervanging worden gezorgd. Op Vrijeschool de Es maken we van de invallers groep vanuit de stichting en gebruik van gekwalificeerde invallers van Slim Personeelsbemiddeling. Zij kunnen op zeer korte termijn invallers verzorgen. Indien er geen vervanging is, wordt de betreffende klas volgens een vast rooster verdeeld over de andere klassen. De kinderen doen gedeeltelijk mee met die andere klas en zijn verder in de gelegenheid om een individueel programma te maken.

Lesverzuim of verlofaanvraag

Wanneer een kind (door bv. ziekte) één dag of langer niet aanwezig kan zijn, moet de school hierover tussen 8u en 8u30 (telefonisch) geïnformeerd worden: 0592-309105.

In bijzondere omstandigheden kan verlof worden verleend.

Hiervoor dien je van te voren een aanvraagformulier in te vullen om toestemming te vragen aan de directie.

We vragen je om bezoeken aan tandartsen, dokters enz. zoveel mogelijk op de vrije middagen te plannen of in de vakanties.

Er wordt een afwezigheids registratie van de kinderen bijgehouden door de leerkracht en de directie

Tweemaal per jaar kijkt de leerplicht ambtenaar van de gemeente mee in de school naar het aantal verzuimdagen van de kinderen.

Richtlijnen voor het verlenen van buitengewoon verlof

Verlof buiten de schoolvakanties

Binnen de Leerplichtwet zijn de regels omtrent extra verlof of vakantie aangescherpt. De wet kent twee soorten verlof:

  1. extra vakantieverlof
  2. extra verlof wegens gewichtige omstandigheden:
  3. tot maximaal 10 schooldagen
  4. meer dan 10 schooldagen.

 

Richtlijnen verlof buiten de schoolvakanties

ad A.       Extra vakantieverlof Algemeen uitgangspunt is:

Verlof buiten de schoolvakanties is niet mogelijk, tenzij er sprake is van artikel 13a van de Leerplichtwet 1969, waarin staat aangegeven dat het alleen wegens specifieke aard van het beroep van één van de ouders/verzorgers/voogden slechts mogelijk is buiten de schoolvakanties op vakantie te gaan.

Onder “aard van het beroep” verstaan we een beroep dat volledig afhankelijk is van de schoolvakanties. Als voorbeeld kan hier een campinghouder genoemd worden. Een werknemer met een willekeurig beroep, die in de vakantieperiode bij zijn werkgever om organisatorische redenen niet gemist kan worden, kan geen verlof wegens “aard van het beroep” worden gegeven.

Ouders dienen hiervoor minimaal 2 maanden van tevoren bij de directeur van de school schriftelijk een verzoek in te dienen. Tevens moet een werkgeversverklaring worden overgelegd, waaruit blijkt dat geen verlof binnen de officiële schoolvakantie mogelijk is.

 

Het verlof:

  • kan slechts éénmaal per schooljaar worden verleend;
  • mag niet langer duren dan 10 schooldagen;
  • mag niet plaatsvinden in de eerste 2 weken van het schooljaar.

 

Voor partieel leerplichtigen geldt een evenredig deel.

 

De leerplichtambtenaar komt bij deze aanvragen niet in beeld, tenzij men langer wegblijft dan is toegestaan door de directeur van de school. Dan is er sprake van ongeoorloofd schoolverzuim, dat wel bij de leerplichtambtenaar gemeld moet worden.

 

ad B.       Gewichtige omstandigheden: 10 schooldagen per schooljaar of minder

 

B1.          Dit kunnen plezierige, maar ook minder plezierige omstandigheden zijn. Een verzoek om extra verlof in geval van gewichtige omstandigheden op grond van het gestelde in artikel 14, lid 1 van de Leerplichtwet 1969, voor 10 schooldagen per schooljaar of minder, dient vooraf of binnen 2 dagen na ontstaan van de verhindering aan de directeur van de school te worden voorgelegd en door deze op basis van de wet te worden afgehandeld. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden:

  1. het voldoen aan een wettelijke verplichting voor zover dit niet buiten de lesuren kan geschieden;
  2. verhuizing voor ten hoogste 1 dag;
  3. gezinsuitbreiding voor ten hoogste 1 dag;
  4. het bijwonen van het huwelijk van bloed- of aanverwanten tot en met de 3e graad voor 1 of ten hoogste 2 dagen, afhankelijk van de vraag of dit huwelijk wordt gesloten in of buiten de woonplaats van belanghebbende;
  5. bij ernstige ziekte van ouders of bloed- of aanverwanten tot en met de 3e graad, duur in overleg met de directeur op school;
  6. bij overlijden van:

– bloed- of aanverwanten in de 1e graad voor ten hoogste 4 dagen;

– bloed- of aanverwanten in de 2e graad voor ten hoogste 2 dagen;

– bloed- of aanverwanten in de 3e of 4e graad voor ten hoogste 1 dag;

  1. bij 25-, 40- en 50-jarige ambtsjubileum en het 12½-, 25-, 40-, 50- of 60-jarig huwelijksjubileum van ouders of grootouders voor 1 dag.

Dit uitgangspunt houdt in, dat een extra vakantie wegens wintersport, een tweede vakantie, een extra weekend, deelname van leerlingen aan evenementen, een langdurig bezoek aan de familie in het land van herkomst, etc., niet kunnen worden aangemerkt als bijzondere reden.

 

B2.          Indien er meer dan 10 schooldagen per schooljaar verlof wordt aangevraagd wegens de onder Bl. vermelde omstandigheden, dan dienen de meerdere dagen via de directeur van de school bij de leerplichtambtenaar van de woongemeente te worden aangevraagd.

 

Daarnaast is in artikel 13 opgenomen, dat door de ouders/verzorgers/voogden slechts een beroep op vrijstelling wegens vervulling van plichten voortvloeiend uit de aangehangen godsdienst of levensovertuiging kan worden gedaan, indien daarvoor uiterlijk 2 dagen vooraf aan de directeur van de school schriftelijk mededeling is gedaan.

Vastgesteld door de Officier van Justitie en de leerplichtambtenaren, behorende tot het Arrondissement Almelo, in haar vergadering d.d. 14 mei 1998.

GGD

De GGD voor leerlingen van het basisonderwijs 

De GGD jeugdgezondheidzorg, onderdeel van het Centrum voor Jeugd en Gezin, biedt scholen de volgende diensten aan voor de leerlingen, ouders en medewerkers van de school.

 

Screening in groep 2 en 7

Alle leerlingen in groep 2 en 7 worden schriftelijk uitgenodigd voor een screening door de assistente

jeugdgezondheidszorg. De ouders ontvangen hiervoor een uitnodiging met informatie en een vragenlijst.  Blijkt uit de screening dat de leerling  extra zorg nodig heeft of hebben de ouders aangegeven vragen te hebben, dan worden zij uitgenodigd op een spreekuur bij de jeugdarts of jeugdverpleegkundige.

Ook een leerkracht of de intern begeleider kan, in overleg met de ouders, een kind aanmelden voor het spreekuur. De spreekuren zijn op school of in de buurt.

 

Spreekuur

Waarvoor naar een spreekuur?

Wanneer er vragen zijn over bijvoorbeeld groei, ontwikkeling, gedrag, motoriek, horen en zien, dan kan dit met de jeugdarts worden besproken. De jeugdverpleegkundige kan helpen bij vragen rondom opvoeding, leefstijl, psychosociale problemen, pesten, faalangst, zindelijkheid en gezond gewicht.

 

Wie houdt het spreekuur?

De jeugdarts en de jeugdverpleegkundige houden spreekuren op de school of een centrale plaats. Alle leerlingen en ook ouders kunnen een afspraak maken.  Mentoren en intern begeleiders kunnen ook een leerling aanmelden voor het spreekuur, maar alleen als de ouders daarvoor toestemming hebben gegeven.

 

Het zorgteam

Op de meeste scholen werken professionals samen, zoals de intern begeleider, jeugdarts & jeugdverpleegkundige en schoolmaatschappelijk werk. Zij ondersteunen school, leerling en ouders.

 

Logopedie

Op de meeste scholen wordt een logopedische screening aangeboden in groep 2 door een logopediste van GGD Drenthe. Kijk op www.ggddrenthe.nl/logopedie voor meer informatie over logopedie.

 

Afspraak maken?
Een afspraak maken voor het spreekuur kan via onderstaand telefoonnummer of e-mailadres.

Vermeld in de e-mail altijd de naam, de geboortedatum en de school van de leerling.
088-2460246 (ma-vr  08.00 – 16.00 uur)  jgz@ggddrenthe.nl

 

Vaccinaties

De GGD biedt voor kinderen van 9 jaar een vaccinatie aan tegen difterie, tetanus en polio (DTP)

en een vaccinatie tegen bof, mazelen en rode hond (BMR). Deze worden tegelijkertijd gegeven.

Daarnaast krijgen alle meisjes, als ze 12 /13 jaar oud zijn, een oproep voor een vaccinatieserie tegen baarmoederhalskanker. Een oproep voor vaccinaties wordt naar het huisadres van de leerling gestuurd. In deze oproep staat aangegeven waar de vaccinatie gehaald kan worden, dit zal niet op school zijn.

Luizen: het protocol van De Es

Luizen zijn niet schadelijk maar wel vervelend en lastig als je ze in je haar hebt.Een luis legt ongeveer 8 eitjes per dag dat zijn neten. Deze komen na 7 dagen uit.10 Dagen na het uitkomen zijn ze volwassen en kunnen ze zich al weer voorplanten.

Luizen kunnen 2 dagen overleven zonder hoofdhuid.

Dit wordt verwacht van ouders:

  • Controleer je eigen kind(eren) zelf regelmatig op luizen en neten. De luizenouders zijn door het jaar ingepland voor extra controle en dat ontslaat ouders niet van hun controlerende taak.
  • Als je kind luizen/neten heeft: volg als ouder het stappenplan (zie onder)
  • En er is een meldplicht: meld het aan de leerkracht. Dan krijgen alle ouders van de school bericht om thuis extra te controleren en voorkomen we erger.
  • Heeft je kind vaak / steeds luizen of neten en wil je er hulp bij om er vanaf te komen? Meld dat op school, dan schakelen we eventueel deskundige hulp in.

Dit doen de luizenouders:

  • Er wordt altijd gecontroleerd op dinsdag in de week na elke vakantie. Leerkrachten weten zelf of er die dag kinderen afwezig waren en controleren die kinderen zelf of nemen dit op met de luizenmoeders van de betreffende klas.
  • De luizenmoeders controleren op luizen en neten maar kammen het haar niet door. Dat kost te veel onderwijstijd. Doorkammen met een luizen/netenkam is een klusje voor de ouders.
  • Als er luizen of neten zijn gevonden wordt er contact opgenomen met de ouders zodat die het stappenplan kunnen volgen (zie onder)
  • Als er luizen en neten zijn gevonden dan vindt er twee weken daarna een extra controle Tijdens dit moment kunnen we dan zien of het aantal neten en luizen zijn afgenomen. Er hoeft daarna geen extra controle meer.
  • Mochten we opmerken dat er bij een kind vaak neten of luizen zijn dan wordt dit gemeld bij de directie, als de ouders dat al niet zelf hebben gedaan (zie boven). Er kan dan gezamenlijk besproken worden wat er nodig is om de luizen en neten te verminderen en of er deskundige hulp nodig is vanuit GGZ om de ouders te ondersteunen.

Stappenplan voor ouders: Wat te doen als er luizen op het hoofd zitten?

  1. Ga naar de drogist of apotheker voor een luizen/netenkam. Een luizen en neten dodend middel hoeft niet. Er zijn veel natuurlijke middelen op de markt zonder pesticiden bijvoorbeeld een combinatie van cocos olie en anijs olie, daardoor verstikt luis en neet.
  2. Leg een wit papier of gladde witte doek op tafel en kam met de neten kam stevig over de hoofdhuid het haar laagje voor laagje uit, houd het hoofd voorover boven het papier, bij heel lang haar kun je gemakkelijker werken door achter het kind te gaan zitten met het papier op je schoot en dan het haar laagje voor laagje van uit de nek te kammen. Je ziet dan de luizen op het papier of doek vallen, je kan ze dood drukken.
  3. Kam het haar na de behandeling nog een keer met de luizen/ neten kam laagje voor laagje om te kijken of er geen levende luis meer uit komt.
  4. Kam vervolgens elke dag twee keer met de luizen/neten kam om te controleren of alles dood is of dat er weer één uit het ei is gekropen. Dat betekent iets eerder opstaan ’s ochtends want het kost wat tijd.
  5. Vind je weer luizen herhaal de behandeling dan nog een keer.
  6. Gebruik dagelijks lavendel olie of tea tree olie  achter de oren en in de nek, luizen houden hier niet van zodoende maak je het hoofd zo onaangenaam mogelijk voor de luis.
  7. Kijk alle andere gezinsleden elke week na met de luizen/neten kam laagje voor laagje door het haar. Kom je weer luizen tegen begin dan weer bij punt 2

Dit filmpje kan helpen: https://www.youtube.com/watch?v=QYiS2H0Io94

Of google “Onder de loep hoofdluis”

Klachtenregeling en vertrouwenspersoon

 

 

KLACHTENREGELING

 

STICHTING VRIJESCHOLEN ATHENA

 

 

 Versie juni 2018

 

1    Algemene informatie

 

 

 

1.1   Inleiding

 

In elke organisatie kunnen klachten ontstaan. Stichting Vrijescholen Athena is van mening dat klachten serieus genomen moeten worden, op een zo vroeg mogelijk moment en op een voor iedereen zo duidelijk mogelijke wijze.

 

Klachten kunnen betrekking hebben op de kwaliteit van het onderwijs, maar ze kunnen ook omstandigheden betreffen die bij de klager onvrede hebben opgeroepen of als onjuist, onbillijk of onzorgvuldig worden ervaren. Het is van groot belang voor alle betrokkenen, dat de klager niet blijft rondlopen met een klacht.

 

Deze klachtenregeling dient ter ondersteuning van de kwaliteit van het onderwijs en de gang van zaken op de scholen van de stichting. Ze geldt voor iedereen die betrokken is bij de school: leerlingen, ouders en personeelsleden. In mei 2005 is de klachtenregeling vastgesteld. In 2006 en 2008 is de regeling aangescherpt. Door toevoeging van de non-discriminatiecode van vrijescholen is een aanpassing op zijn plaats. In augustus 2012 zijn enkele kleine wijzigingen doorgevoerd en in juni 2013 is in overleg met en na instemming van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van Athena besloten om over te stappen op een externe klachtencommissie. Dat is de Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs. Ouders en personeelsleden kunnen – na doorlopen van de klachtenprocedure – bij deze landelijke klachtencommissie hun klachten indienen over handelingen, besluiten en gedragingen van de directie, leerkrachten, bestuurder, leerlingen of ouders. Het klachtrecht is geregeld in artikel 14 WPO en artikel 23 WEC. De commisie geeft geen bindend oordeel, maar formulieert een advies aan het schoolbestuur. In 2016 is een nieuwe versie van het reglement verschenen (opgenomen in bijlage 1).

 

Klachten kunnen betrekking hebben op situaties of gebeurtenissen met betrekking tot individuen (individueel niveau), klassen (klassenniveau), locatie (schoolniveau) of bevoegd gezag (bestuurs- of stichtingsniveau). Voorafgaand aan het indienen van een klacht gaan we er van uit dat de interne klachtenprocedure eerst wordt doorlopen. De klachtencommisie zal de non-discriminatiecode van de Vereniging van Vrijescholen als leidraad hanteren indien er een klacht ingediend is met betrekking tot discriminatie.

 

De Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs, waartoe ook de vrijescholen behoren, is de laatste stap bij de behandeling van een klacht. Er is na het advies van de Klachtencommissie geen beroep mogelijk.

 

 

 

1.2   Beschikbaarheid klachtenregeling

 

Op elke school binnen de stichting is een exemplaar van de klachtenregeling aanwezig en/of te downloaden van de website van de school.Een exemplaar kan ook worden opgevraagd bij het secretariaat van de Stichting Vrijescholen Athena via: secretariaat@vsathena.nl of telefonisch 0570 – 612 459. Op de website van Athena is het reglement te vinden via de link http://vrijescholenathena.nl/over-ons/downloads/.

 

 

 

 

1.3     Vertrouwenspersonen

 

De stichting heeft vertrouwenspersonen aangesteld. De vertrouwenspersoon kan door ouders en medewerkers geraadpleegd worden. Bijvoorbeeld voor advies hoe met een bepaalde kwestie om te gaan of een vraag om te bemiddelen bij een conflict.

 

Taak:

 

Indien het komt tot een formele klacht, is het de voornaamste taak van de vertrouwenspersoon klagers en aangeklaagde(n) mentaal te ondersteunen, hen in de procedure wegwijs te maken en ondersteunen bij het formuleren van de klacht dan wel verweer.

 

De vertrouwenspersoon kan een klager of een aangeklaagde steunen bij een hoorzitting. De vertrouwenspersoon treedt nooit op in plaats van de klager of aangeklaagde. Vertrouwenspersonen wonen verspreid in de regio. In principe heeft elke vertrouwenspersoon een “eigen” aantal scholen. Indien bij een zaak beide partijen beroep doen op dezelfde vertrouwenspersoon kan deze een collega vragen de andere partij te ondersteunen.

 

Per school staat aangegeven wie de vertrouwenspersoon is en wanneer deze te bereiken is:

 

Vertrouwenspersoon

Scholen

Mevr. M. (Mieke)Gondrie

De Kleine Prins Doetinchem, De Esch

Mobiel: 06-826 05 478

Winterswijk, De Vrije School Almelo, De

info@gripopconflict.nl

 

Zevenster Oldenzaal, De Noorderkroon

Alle werkdagen bereikbaar

Enschede

De heer T.(Ton) Knoet

Parcivalschool Arnhem, De Vijfster

Tel.: 0341 – 430 421

Apeldoorn, De Kleine Johannes

anthonknoet@kpnmail.nl

 

Deventer, De Lans Brummen, Valentijn

ma t/m do van 18.00 – 20.00 uur

Harderwijk

De heer H. (Heine) Scholtens

Michaelschool Leeuwarden,

Tel. 0591-648469

De Toermalijn Meppel, De Stroeten

heinescholtens@cs.com

 

Emmen, Widar Groningen, De Es Assen

ma t/m do van 18.00 – 20.00 uur

 

 De vertrouwenspersonenen van Vrijeschool De Es zijn:

  • Pieter Tabak, 0592-241080, pgtabak@planet.nl
  • Martha van der Steen, internevertrouwenspersoon@vrijeschoolassen.nl

 

1.4   Landelijke klachtencommissie

 

De Klachtencommissie voor Algemeen Bijzonder Onderwijs wordt in stand gehouden door de VBS (Verenigde Bijzondere Scholen te Den Haag) en functioneert onafhankelijk van de VBS en de scholen en hun besturen. Zij behandelt alle klachten die formeel bij haar zijn ingediend. De commissie adviseert na afhandeling van de klacht aan het College van Bestuur. Indien sprake is van een klacht over het handelen van het College van Bestuur adviseert de Klachtencommissie aan de voorzitter van de Raad van Toezicht.

 

Klachten worden schriftelijk of via mail ingediend bij het ambtelijk secretariaat van de Klachtencommissie.

 

Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs Mr. D.H.C. Dane-Peeters, ambtelijk secretaris Postbus 95572

2509 CN Den Haag

 

Mailadres: ddane@vbs.nl 

 

 

2    Hoe wordt een klacht behandeld

 

 

A.     Klachten op individueel niveau

 

Stap 1. Vragen of opmerkingen op individueel niveau worden gemeld bij de leerkracht van de leerling.

 

Stap 2. Wanneer er onvrede blijft bestaan, kunnen klachten op individueel niveau kenbaar worden gemaakt bij de directie. De directeur bevestigt per omgaande dat de klacht ontvangen is en zorgt voor de behandeling van de klacht binnen een redelijke termijn. De directeur is gehouden de klager en de leerkracht te horen.

 

Stap 3.Wanneer de klager ontevreden is over de afhandeling van de klacht door de schooldirecteur, kan de klager contact opnemen met de bestuurder van de stichting. Deze voorzitter van het College van Bestuur is telefonisch bereikbaar op het bestuurskantoor te Deventer. Telefoonnummer 0570 – 612 459.

 

Stap 4. Als bespreking niet mogelijk is of als bespreking – naar oordeel van de klager – onvoldoende blijkt te zijn, kan de klager de klacht schriftelijk of via mail melden bij de Landelijke Klachtencommissie. De klager ontvangt een bevestiging van ontvangst van de klacht en een melding van de te volgen procedure. De commissie hoort indien noodzakelijk alle betrokken partijen en deelt schriftelijk haar oordeel en advies mee aan klager, aangeklaagde en het College van Bestuur.

 

 

B.     Klachten op klassenniveau

 

Stap1.Vragen of opmerkingen op klassenniveau worden gemeld bij de leerkracht van de leerling.

 

Stap 2.Wanneer er onvrede blijft bestaan, kunnen klachten op individueel niveau kenbaar worden gemaakt bij de directie. De directeur bevestigt per omgaande dat de klacht ontvangen is en zorgt voor de behandeling van de klacht binnen een redelijke termijn. De directeur is gehouden de klager en de leerkracht te horen.

 

Stap 3.Zie verder hierboven A, stap 3 en stap 4.

 

 

C.    Klachten op schoolniveau

 

Stap 1. Problemen of klachten op schoolniveau worden rechtstreeks kenbaar gemaakt bij de directie. Deze zorgt voor de behandeling van de klacht binnen een redelijke termijn.

 

Stap 2. Zie verder hierboven A, stap 3 en stap 4

 

 

D.    Klachten op stichtingsniveau

 

Stap 1. Klachten op stichtingsniveau worden gemeld bij het College van Bestuur

 

Stap 2. Wanneer er onvrede blijft bestaan kan de klager hiervan melding maken bij de Raad van Toezicht en/of de Landelijke Klachtencommissie.

 

Stap 3. Zie verder hierboven A, stap 4

 

 

6


3    Bijlage 1

 

 

Stichting Geschillencommissies Bijzonder Onderwijs

 

Reglement Landelijke Klachtencommissies GCBO

 

 

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

 

In deze regeling wordt verstaan onder:

 

1.           klachtencommissie (verder te noemen ‘de klachtencommissie’ dan wel ‘de commissie’):

 

de klachtencommissie als bedoeld in artikel 14 van de Wet op het primair onderwijs dan wel als bedoeld in artikel 23 van de Wet op de expertisecentra dan wel als bedoeld in artikel 24b van de Wet op het voortgezet onderwijs dan wel als bedoeld in artikel E-26 van de CAO-BVE.

 

2.           klager: een (ex-)leerling, een ouder/voogd/verzorger van een minderjarige (ex-) leerling, (een lid van)het personeel, (een lid van) de directie, het bevoegd gezag of een anderszins functioneel bij de school betrokken persoon of orgaan.

 

3.           verweerder: (een lid van)het personeel, (een lid van) de directie, het bevoegd gezag of een anderszins functioneel bij de school betrokken persoon of orgaan.

 

4.           klacht: een klacht over gedragingen en/of beslissingen dan wel het nalaten van gedragingen en/of het niet nemen van beslissingen van een functioneel bij de school betrokken persoon of orgaan.

 

5.           klachtenregeling: de door het bevoegd gezag van de school of instelling vastgestelde regeling voor de behandeling van klachten.

 

6.           gemachtigde: een persoon die namens klager of verweerder optreedt in de klachtenprocedure.

 

7.           vertrouwd persoon: een persoon die ter persoonlijke ondersteuning met de klager of met de verweerder meegaat naar de zitting.

 

Artikel 2. Het indienen van een klacht

 

1.           De klager dient een klacht schriftelijk bij de commissie in. Indien het klaagschrift in een vreemde taal s gesteld en een vertaling voor de goede behandeling van de klacht noodzakelijk is, dient de klager zorg te dragen voor een vertaling.

 

2.           Indien redelijkerwijs niet van de klager verwacht kan worden de klacht op schrift te stellen, maakt het secretariaat van de mondeling ingediende klacht een verslag dat door de klager voor akkoord wordt ondertekend en waarvan de klager een afschrift ontvangt.

 

3.           Het klaagschrift bevat tenminste:

 

a)           de naam en contactgegevens van de klager;

 

b)           de naam van de verweerder;

 

c)           een omschrijving van de klacht en de feiten en omstandigheden, zoals die zich volgens de klager hebben voorgedaan;

 

d)           de dagtekening en de ondertekening door klager of diens gemachtigde;

 

e)           de afschriften van de op de klacht betrekking hebbende stukken. Deze dienen goed leesbaar te zijn.

 

 

 

7


4.           Indien een klacht wordt ingediend door een gemachtigde, dient zij vergezeld te gaan van

 

een  schriftelijke  machtiging.  Voor  indiening  door  een  advocaat  is  geen  schriftelijke

 

machtiging           vereist.

 

5.           Het secretariaat bevestigt na binnenkomst aan klager schriftelijk de ontvangst van de klacht.

 

6.           Indien de klacht kennelijk bij een andere commissie moet worden aangebracht, zendt de secretaris het klaagschrift, nadat daarop de datum van ontvangst is aangetekend, zo spoedig mogelijk door aan de bevoegde commissie, onder gelijktijdige mededeling hiervan aan de klager.

 

 

Artikel 3. Formele vereisten

 

1.           De klacht dient binnen een jaar na de gedraging of beslissing worden ingediend, tenzij de termijnoverschrijding verschoonbaar wordt geacht.

 

2.           Indien het klaagschrift niet voldoet aan de daaraan gestelde eisen, wijst de voorzitter de klager op het verzuim en stelt deze in de gelegenheid binnen een termijn van twee weken dit verzuim te herstellen met de mededeling dat, indien niet aan dit verzoek wordt voldaan, de voorzitter van de commissie de klacht niet-ontvankelijk kan verklaren.

 

3.           Indien de klacht niet-ontvankelijk wordt verklaard op een grond, genoemd in dit artikel, kan de klager overeenkomstig artikel 12 van dit reglement daartegen bezwaar maken.

 

Artikel 4. Verwijzing naar het bevoegd gezag

 

Indien blijkt dat er geen of onvoldoende pogingen zijn gedaan om de klacht op het niveau van de school, de instelling of het bevoegd gezag aan de orde te stellen of te behandelen, kan de Commissie de klacht toezenden aan het bevoegd gezag van de school of de instelling, met het verzoek te berichten of het bevoegd gezag aanleiding ziet te trachten op het niveau van de school of de instelling tot een oplossing te komen. De commissie neemt de klacht alsnog in behandeling, indien niet binnen veertien dagen is geantwoord of indien binnen vier weken geen oplossing is bereikt.

 

Artikel 5. Mediation

 

1.           Wanneer er een klacht wordt ingediend bij de commissie kan de secretaris interveniëren door de mogelijkheid van mediation aan te bieden.

 

2.           Als beide partijen instemmen met mediation en het bevoegd gezag hiermee akkoord gaat, vindt er doorverwijzing plaats naar de vaste, geregistreerde mediators van GCBO, die volgens het reglement van de Mediators Federatie Nederland werken.

 

3.           Na de ondertekening van de vaststellingsovereenkomst is de mediation voltooid en wordt de klacht ingetrokken.

 

4.           Als de mediation niet is gelukt, kan de klacht alsnog door de commissie in behandeling wordengenomen.

 

Artikel 6. Doorzending

 

1.           De secretaris zendt zo spoedig mogelijk na ontvangst van het klaagschrift dan wel zo spoedig mogelijk na ontvangst van het hersteld klaagschrift een exemplaar daarvan, vergezeld van de afschriften van de bijbehorende stukken, aan de verweerder.

 

2.           De secretaris deelt na ontvangst van het klaagschrift dan wel het hersteld klaagschrift, aan het bevoegd gezag van de betrokken school of instelling mee dat een klacht bij de commissie is ingediend.

 

Artikel 7. Klachtsamenvatting

 

1.           De Commissie kan gelijktijdig met het in behandeling nemen van de klacht een samenvatting daarvan maken, waarin de kern van de klacht omschreven wordt. Deze samenvatting wordt ter instemming aan de klager voorgelegd.

 

2.           Als er een klachtsamenvatting is gemaakt, waarmee de klager heeft ingestemd, vormt datgene wat daarin is geformuleerd de basis voor de behandeling van de klacht.

 

 

 

Artikel 8. Intrekken van de klacht

 

1.           Klager kan bij schriftelijke, gedagtekende en ondertekende kennisgeving of mondeling ter zitting aan de commissie mededelen dat de klacht wordt ingetrokken.

 

2.           Als de commissie voor de zitting heeft vernomen dat de klacht wordt ingetrokken, zal zij dat onverwijld aan de verweerder en het bevoegd gezag mededelen.

 

3.           Intrekking van de klacht ter zitting is slechts mogelijk, wanneer de verweerder daarmee instemt.

 

Artikel 9. Verweerschrift

 

1.           Zodra de klacht in behandeling is genomen, stelt de commissie verweerder in de gelegenheid om binnen een termijn van drie weken na toezending van het klaagschrift en de daarbij behorende afschriften, een verweerschrift bij de commissie in te dienen. Bij elk exemplaar voegt de verweerder afschriften van de op de klacht betrekking hebbende stukken.

 

Verlenging van de termijn van drie weken is slechts mogelijk in uitzonderlijke gevallen.

 

2.           Na ontvangst van het verweerschrift zendt de secretaris onverwijld een exemplaar daarvan, vergezeld van de hierbij behorende bijlagen, aan de klager.

 

Artikel 10. Kennisgeving van stukken

 

1.           Alle bij de commissie in het kader van de behandeling van de klacht ingediende stukken worden aan de partijen in afschrift toegestuurd.

 

2.           De voorzitter kan beslissen dat een stuk niet relevant is voor de behandeling van de klacht en het terugsturen aan degene die het heeft ingediend.

 

3.           Op verzoek van de klager of van de verweerder kan de voorzitter bepalen dat een ingediend stuk op grond van zeer gewichtige redenen niet ter kennis van de wederpartij wordt gebracht.

 

4.           Indien een verzoek tot geheimhouding wordt afgewezen, worden de desbetreffende stukken geretourneerd en worden die niet in de oordeelsvorming van de commissie betrokken.

 

5.           Indien de voorzitter tot geheimhouding van enig stuk heeft besloten, wordt daarvan melding gemaakt in het schriftelijk advies van de commissie onder opgave van de aard van het stuk en de gevolgen die de commissie daaraan verbonden heeft.

 

Artikel 11. Het inwinnen van inlichtingen voorafgaand aan de behandeling ter zitting

 

9


Ter voorbereiding van de behandeling ter zitting van de klacht kunnen door of namens de commissie bij de klager, de verweerder en anderen schriftelijk alle gewenste inlichtingen worden ingewonnen.

 

Klager en verweerder worden hiervan op de hoogte gesteld.

 

 

Artikel 12. Vereenvoudigde behandeling en bezwaar

 

1.           Totdat de klager en de verweerder zijn uitgenodigd om op een zitting van de commissie te verschijnen, kan de voorzitter het onderzoek naar de klacht sluiten indien voortzetting van het onderzoek niet nodig is omdat:

 

a)          de commissie kennelijk onbevoegd is;

 

b)          de klacht kennelijk niet-ontvankelijk is;

 

c)           de klacht kennelijk ongegrond is; of

 

d)          de klacht kennelijk gegrond is.

 

2.           In de beslissing tot sluiting van het onderzoek wordt de klager gewezen op de mogelijkheid binnen zeven kalenderdagen na dagtekening van deze beslissing schriftelijk en gemotiveerd bezwaar te maken bij de plaatsvervangend voorzitter.

 

3.           Indien het onderzoek wordt gesloten wegens kennelijke gegrondheid van de klacht, wordt de verweerder gewezen op de mogelijkheid om binnen zeven kalenderdagen na dagtekening van deze beslissing schriftelijk bezwaar te maken bij de plaatsvervangend voorzitter.

 

4.           Indien de plaatsvervangend voorzitter het bezwaar gegrond acht, wordt de klacht alsnog ter zitting gebracht.

 

 

Artikel 13. Schriftelijke behandeling van de klacht

 

1.           Met eenstemmig goedvinden van de commissie, de klager en de verweerder kan de behandeling van de klacht schriftelijk geschieden. In dat geval wordt de klager in de gelegenheid gesteld te reageren op het door de verweerder ingediende verweerschrift, waarna de verweerder in de gelegenheid wordt gesteld te dupliceren op de door de klager ingediende repliek. De voorzitter stelt de termijnen van repliek en dupliek vast.

 

2.           De voorzitter kan na ontvangst van het verweerschrift ook ambtshalve besluiten dat de commissie de klacht uitsluitend schriftelijk behandelt. De voorzitter deelt dit besluit gemotiveerd aan de klager en de verweerder mede. Tegen dit besluit kunnen de klager en de verweerder binnen veertien dagen na dag tekening schriftelijk en gemotiveerd bezwaar maken. Dit bezwaar wordt behandeld door de commissie.

 

3.           Indien de commissie het bezwaar gegrond acht, wordt de klacht alsnog ter zitting gebracht.

 

4.           Indien de inhoud van de repliek of van de dupliek daartoe aanleiding geeft, kan de commissie alsnog tot mondelinge behandeling van de klacht besluiten.

 

Artikel 14. Versnelde behandeling

 

1.           Indien een zaak een spoedeisend belang heeft, kan de voorzitter ambtshalve, op verzoek van klager of van verweerder, besluiten de klacht versneld te doen behandelen.

 

2.           Indien de  klager verzoekt om een  versnelde behandeling, dient hij  zijn klaagschrift

 

compleet, in overeenstemming met wat in artikel 2 van dit reglement wordt voorgeschreven, in te dienen. Bij een eventueel verzuim wordt klager in de gelegenheid gesteld dit te herstellen

 

3.           De voorzitter bepaalt alsdan zo spoedig mogelijk de plaats, de datum en het tijdstip waarop de klacht in een hoorzitting behandeld zal worden en doet daarvan onverwijld mededeling aan de partijen.

 

4.           Indien de voorzitter heeft besloten tot versnelde behandeling, wordt verweerder daarvan zo spoedig mogelijk in kennis gesteld. Het klaagschrift wordt hem in afschrift gezonden waarbij hij wordt uitgenodigd zijn verweer zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk twee dagen voor de zitting in te dienen. De voorzitter kan besluiten dat artikel 9 van dit reglement geheel of gedeeltelijk buiten toepassing blijft.

 

5.           Binnen twee weken na de sluiting van de behandeling ter zitting brengt de commissie het advies schriftelijk uit.

 

6.           Indien de commissie uit het verweer of uit de behandeling ter zitting blijkt dat de zaak niet voldoende spoedeisend is om een versnelde behandeling te rechtvaardigen of dat de zaak een gewone behandeling vereist, dan bepaalt zij dat de klacht verder op de gewone wijze wordt behandeld.

 

Artikel 15. Vaststelling plaats en tijdstip van de mondelinge behandeling

 

 

De voorzitter bepaalt op zo kort mogelijke termijn de plaats waar en de dag en het uur waarop de mondelinge behandeling van de klacht ter zitting zal plaatsvinden. Deze behandeling zal in beginsel plaatsvinden binnen twee maanden na ontvangst van de klacht. Aan partijen wordt daarvan tijdig kennis gegeven door een schriftelijke oproep. Bij de oproep wordt meegedeeld uit welke personen de commissie die de klacht ter zitting behandelt, zal zijn samengesteld.

 

Artikel 16. Wraking of verschoning

 

1.           Op verzoek van de klager of de verweerder kan een lid van de commissie worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden die het vormen van een onpartijdig oordeel door het desbetreffende lid zouden kunnen bemoeilijken.

 

2.           Het verzoek wordt schriftelijk en onder opgave van redenen gedaan, zodra de feiten en omstandigheden aan de verzoekende partij bekend zijn geworden, maar niet nadat het

 

advies door de commissie is vastgesteld. Ter zitting kan het verzoek ook mondeling worden gedaan.

 

3.           Indien een verzoek om wraking ter zitting wordt gedaan, wordt het onderzoek ter zitting geschorst.

 

4.           Op grond van feiten of omstandigheden als bedoeld in lid 1 van dit artikel kan een commissielid verzoeken zich te mogen verschonen.

 

5.           Over de wraking of de verschoning wordt zo spoedig mogelijk beslist door de overige leden van de commissie.

 

6.           Bij staking van stemmen wordt het verzoek om de wraking geacht te zijn toegewezen.

 

Artikel 17. Mondelinge behandeling in een zitting van de commissie

 

1.           De klacht wordt behoudens in het geval als bedoeld in artikel 12 en artikel 13 mondeling behandeld in een besloten zitting van de commissie, bestaande uit de voorzitter en twee leden. In uitzonderlijke gevallen kan bij plotselinge ontstentenis van een commissielid de

 

mondelinge behandeling in een besloten zitting plaatsvinden door twee commissieleden.

 

Ingeval van afwezigheid van de voorzitter treedt een commissielid op als voorzitter.

 

2.           De voorzitter heeft de leiding van de zitting. Hij geeft elk van de partijen de gelegenheid

 

haar    standpunt toe te lichten.

 

3.           Meerderjarige partijen worden in elkaars aanwezigheid gehoord, tenzij zich het bepaalde in lid 4 van dit artikel voordoet. Ingeval een minderjarige partij is, worden partijen in beginsel buiten elkaars aanwezigheid gehoord.

 

4.           Klager en/of verweerder kunnen de voorzitter verzoeken om buiten elkaars aanwezigheid te worden gehoord.

 

Een dergelijk verzoek dient schriftelijk en met redenen omkleed te worden ingediend. Na ontvangst van het verzoek zendt de secretaris een afschrift hiervan aan de wederpartij. Indien de voorzitter van oordeel is dat er voldoende grond aanwezig is om partijen buiten elkaars aanwezigheid te horen, hoort de commissie partijen buiten elkaars aanwezigheid. De commissie brengt partijen er voor de hoorzitting schriftelijk dan wel mondeling van op de hoogte dat zij buiten elkaars aanwezigheid zullen worden gehoord.

 

5.           Indien partijen niet in elkaars aanwezigheid worden gehoord, is het de gemachtigde van ieder der partijen toegestaan bij het horen aanwezig te zijn.

 

6.           Indien partijen buiten elkaars aanwezigheid worden gehoord, en (een der) partijen worden niet bijgestaan door een gemachtigde, zal de voorzitter na het horen een samenvatting geven van wat is besproken.

 

Artikel 18. Vertegenwoordiging ter zitting, getuigen, deskundigen en informanten

 

1.           Een partij kan zich ter zitting door een gemachtigde doen vertegenwoordigen of doen bijstaan. Daarnaast kunnen klager en verweerder zich laten vergezellen door één hun vertrouwd persoon.

 

2.           De commissie kan van een gemachtigde die geen advocaat is en de klager dan wel de verweerder ter zitting vertegenwoordigt, een schriftelijke machtiging verlangen.

 

3.           De commissie kan personen als getuige, deskundige of informant voor de zitting doen oproepen.

 

Namen van de getuigen, deskundigen en informanten worden aan klager en verweerder meegedeeld.

 

4.           Een partij kan op eigen kosten getuigen, deskundigen en/of informanten ter zitting meebrengen, met dien verstande dat zij de namen van die personen uiterlijk twee werkdagen voor de zitting schriftelijk opgeeft aan de commissie.

 

De commissie kan afzien van het horen van door de klager of verweerder meegebrachte of opgeroepen getuigen, deskundigen en/of informanten.

 

5.            Getuigen, deskundigen en informanten worden door de voorzitter ondervraagd. Vragen kunnen ook worden gesteld door de andere leden van de commissie en, met toestemming van de voorzitter, door diens tussenkomst, door de klager en de verweerder of hun gemachtigden. 6. Ingeval een minderjarige getuige wordt gehoord, kan de commissie bepalen dat het horen buiten aanwezigheid van een of meer partijen plaatsvindt.

 

7.           Indien een minderjarige getuige buiten aanwezigheid van partijen wordt gehoord, is het de gemachtigde van ieder der partijen toegestaan bij het horen aanwezig te zijn.

 

8.           Indien een minderjarige getuige buiten aanwezigheid van partijen wordt gehoord, en (een der) partijen worden niet bijgestaan door een gemachtigde, zal de voorzitter na het horen een samenvatting geven van wat is besproken.

 

9.           Ingeval een minderjarige getuige buiten aanwezigheid van partijen is gehoord, wordt de behandeling ter zitting voortgezet op een zodanig tijdstip dat partijen redelijkerwijs kennis hebben kunnen nemen van de inhoud van het horen van die getuige.

 

 


Indien partijen te kennen hebben gegeven geen prijs te stellen op voortzetting van de behandeling ter zitting en de commissie van oordeel is dat het onderzoek volledig is geweest, wordt de behandeling niet voortgezet.

 

Artikel 19. Tolken

 

Indien klager, aangeklaagde, een getuige of een deskundige, de Nederlandse taal onvoldoende beheerst, kan deze zich op eigen kosten doen bijstaan door een tolk.

 

Artikel 20. Heropening onderzoek

 

Indien de commissie van oordeel is dat het onderzoek niet volledig is geweest, kan zij het heropenen. De commissie bepaalt daarbij op welke wijze het onderzoek wordt voortgezet. De secretaris doet zo spoedig mogelijk mededeling hiervan aan partijen.

 

Artikel 21. Beraadslaging

 

1.           De commissie beraadslaagt en beslist in een besloten vergadering waarbij alle leden die deel uitmaken van de commissie die de klacht behandelt, aanwezig zijn, bijgestaan door de secretaris.

 

De commissie baseert haar advies op de stukken van de procedure en het verhandelde tijdens de zitting.

 

2.           De commissie beslist met meerderheid van stemmen.

 

3.           Indien ter zitting met instemming van partijen is besloten dat partijen buiten de commissie om alsnog tot een minnelijke oplossing zullen trachten te komen, zal de commissie het vaststellen van een advies opschorten. Als blijkt dat partijen tot een minnelijke oplossing zijn gekomen, zal de commissie geen advies uitbrengen. Als blijkt dat partijen niet tot een minnelijk oplossing zijn gekomen, zal de commissie alsnog tot het uitbrengen van een advies overgaan.

 

Artikel 22. Advies

 

1.           De commissie brengt advies uit binnen vier weken na de sluiting van het onderzoek dan wel na afronding van de schriftelijke behandeling als bedoeld in artikel 13 van dit reglement.

 

Deze termijn kan door de voorzitter met vier weken worden verlengd.

2.           De adviezen van de commissie zijn gedagtekend en houden in:

 

a)          de namen en woonplaatsen van de partijen en de namen van de gemachtigden,

 

b)          de gronden waarop het advies berust,

 

c)           het oordeel met betrekking tot de ontvankelijkheid of niet-ontvankelijkheid en

 

de                     gegrondheid of ongegrondheid van de klacht,

 

d)          de eventuele aanbeveling ten aanzien van de door het bevoegd gezag te

 

treffen              maatregelen,

 

e)          de namen van de leden van de commissie die het advies hebben vastgesteld.

 

3.           Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris ondertekend, en wordt toegezonden aan partijen en aan het bevoegd gezag van de desbetreffende school of instelling.

 

4.            Het bevoegd gezag deelt aan de klager en de commissie binnen vier weken na ontvangst van het oordeel van de commissie mede, of het dat oordeel deelt en of het naar aanleiding van dat oordeel en de daaraan eventueel verbonden aanbeveling(en) maatregelen zal nemen, en zo ja, welke. Bij afwijking van de termijn van vier weken doet het bevoegd gezag daarvan met redenen omkleed mededeling aan de klager en de commissie onder vermelding van de termijn waarbinnen het bevoegd gezag zijn standpunt bekend zal maken.

 

 

 

 Artikel 23. Bejegening door de commissie

 

1.           Partijen en het bevoegd gezag kunnen een klacht indienen over de wijze waarop de commissie hen heeft bejegend bij de behandeling van een klacht.

 

2.           De voorzitter die geen deel uitmaakte van de commissie waartegen de klacht is ingediend, behandelt een klacht over de bejegening door de commissie.

 

3.           De voorzitter die de klacht onderzoekt, brengt schriftelijk verslag uit van zijn bevindingen aan degene die over de behandeling heeft geklaagd en aan de commissie.

 

Artikel 24. Geheimhouding

 

Het is de leden en de secretaris van de commissie verboden:

 

a)           hetgeen zij als zodanig te weten zijn gekomen openbaar of aan derden bekend te maken;

 

b)           de gevoelens bekend te maken welke in besloten vergaderingen of zittingen van de commissie over aanhangige klachten zijn geuit;

 

c)           over aanhangige klachten of over klachten die naar hun vermoeden of weten bij hen aanhangig gemaakt zullen worden, anders dan in commissieverband, contacten met derden te hebben en/of inlichtingen in te winnen.

 

Artikel 25. Termijnen en schoolvakanties

 

1.           Op de in deze regeling genoemde termijnen is de Algemene Termijnenwet van toepassing.

 

2.            Met uitzondering van de termijn, genoemd in artikel 3 lid 2 van dit reglement, worden voor de berekening van de in dit reglement vermelde termijnen, de aan de desbetreffende school of instelling geldende schoolvakantiedagen niet meegerekend, behoudens in, naar het oordeel van de voorzitter van de commissie, spoedeisende gevallen.

 

Artikel 26. Samenloop

 

 

Bij strijdigheid van dit reglement met de op instelling of school toepasselijke klachtenregeling, gelden de bepalingen uit dit reglement.

 

Artikel 27. Onvoorziene gevallen

 

 

In gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist de voorzitter, al dan niet gehoord de overige leden van de klachtencommissie.

 

Artikel 28. Wijziging van het huishoudelijk reglement

 

1.           Dit reglement kan met inachtneming van het Reglement van Instelling door de Commissie worden aangevuld en gewijzigd.

 

2.           Indien en voor zover een bepaling in dit reglement niet (langer) verenigbaar blijkt te zijn met de bepalingen van het Reglement van Instelling, treedt die bepaling buiten werking en beslist de Commissie zo spoedig mogelijk over haar vervanging.

 

 

Dit reglement is vastgesteld op 1 december 2015 en treedt in werking per 1 januari 2016

 

 

 

 

 

 

De vertrouwenspersonen van onze school zijn

     

    Externe klachtencommissie

     

    De klachtencommissie

    Stichting Vrijescholen Athena en de daaronder ressorterende scholen zijn aangesloten bij de Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs. Verdere informatie hierover treft u aan in de klachtenregeling. Eventuele klachten kunnen schriftelijk of via mail worden ingediend bij: Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs, t.a.v. mr. D.H.C. Dane-Peters (ambtelijk secretaris)  Postbus 95572, 2509 CN Den Haag, mailadres: ddane@vbs.nl

     

    Interne afhandeling

    1. Klachten op individueel niveau
    • Vragen of opmerkingen op individueel niveau worden gemeld bij de leerkracht van de leerling.

     

    Stap 2.   Wanneer onvrede blijft bestaan, kunnen klachten op individueel niveau kenbaar worden gemaakt bij de directeur. De directeur is gehouden de klager en de leerkracht te horen. Deze zorgt voor de behandeling van de klacht binnen een redelijke termijn.

     

    Stap 3.   Wanneer de klager ontevreden is over de afhandeling van de klacht door de schooldirecteur, kan de klager contact opnemen met de bestuurder van de stichting. Deze voorzitter van het College van Bestuur is telefonisch bereikbaar op het bestuurskantoor te Deventer. Telefoonnummer 0570- 612 459

     

    Stap 4.  Als bespreking niet mogelijk is of als bespreking – naar oordeel van de klager – onvoldoende blijkt te zijn, kan de klager de klacht schriftelijk melden bij de Landelijke Klachtencommissie voor het Algemeen Bijzonder Onderwijs. Verder informatie hierover treft u aan in de klachtenregeling.

     

    1. Klachten op klassenniveau

    Stap 1.  Vragen of opmerkingen op klassenniveau worden gemeld bij de leerkracht van de leerling.

     

    • Als er onvrede blijft bestaan, kan de klager hiervan melding maken bij de directeur. De directeur is gehouden de klager en de leerkracht te horen. Deze zorgt voor de behandeling van de klacht binnen een redelijke termijn.

     

    • Zie verder hierboven A, stap 3 en stap 4.

     

    1. Klachten op schoolniveau

    Stap 1.   Problemen of klachten op schoolniveau worden rechtstreeks kenbaar gemaakt bij de directeur. Deze zorgt voor de behandeling van de klacht binnen een redelijke termijn.

     

    Stap 2.  Zie verder hierboven A, stap 3 en stap 4.

     

    1. Klachten op stichtingsniveau

    Stap 1.   Klachten op stichtingsniveau worden gemeld bij de het College van Bestuur.

     

    Stap 2.   Wanneer er onvrede blijft bestaan kan de klager hiervan melding maken bij de Raad van Toezicht en/of de Landelijke Klachtencommissie.

     

    Stap 3.  Zie verder hierboven A, stap 4

     

    De klachtenregeling is in juni 2013 na instemming door de GMR geheel herzien. Op de administratie van elke school zijn exemplaren aanwezig. De regeling is ook op te vragen via het secretariaat van bestuurskantoor.

     

    Vertrouwensinspecteur

    De inspectie van het onderwijs heeft een van de inspecteurs aangesteld als vertrouwens-inspecteur. Met name in het geval van ongewenste intimidatie en machtsmisbruik kunt u zich tot deze inspecteur wenden,

    tel. 0900-1113111.

    Non-discriminatiecode

    Non-discriminatie code van vrijescholen

    De scholen van de Stichting Vrijescholen Athena hebben zich aangesloten bij de Non-discriminatie code van vrijescholen. Het doel van deze code is het voorkomen en tegengaan van discriminatie en racisme in het vrijeschoolonderwijs en het bevorderen dat iedereen ongeacht zijn of haar etnische afkomst, geloof, sociaal-economisch milieu, huidkleur, levensovertuiging, culturele achtergrond, sekse, seksuele voorkeur of fysieke verschijning, op een volwaardige en gelijkwaardige manier onderwijs kan volgen. De stichting sluit zich aan bij de code van de Vereniging van Vrijescholen

    Protocol Time-out / verwijderen / schorsen

    In principe willen wij deze begrippen niet toepassen binnen onze scholen. Echter, er is een regeling voor het verwijderen van een leerling van een school binnen de Wet op het Primair Onderwijs. Er is dus binnen de Stichting Vrijescholen Athena een beleid ten aanzien van schorsen en verwijderen.   Hierin wordt beschreven wanneer ongewenst gedrag van een kind of van ouders in het ergste geval tot een eventuele schorsing of verwijdering kan leiden. De uiteindelijke beslissing tot schorsing of verwijdering zal in de praktijk worden genomen door de voorzitter van het College van Bestuur. Hierna zal de procedure welke beschreven staat in het protocol Schorsen, Verwijderen in werking treden. Ouders/verzorgers krijgen binnen de procedure gelegenheid schriftelijk bezwaar in te dienen tegen deze beslissing. Een en ander staat uitgebreid beschreven in het protocol. Dit protocol kunt u aanvragen bij de administratie van uw school.

    Protocol informatieverschaffing en gescheiden ouders

    Een toenemend aantal leerlingen heeft gescheiden ouders. Dit heeft gevolgen voor de informatiestroom. De school heeft een zelfstandige informatieplicht tegenover de ouder die het kind niet verzorgt, het ouderlijk gezag niet heeft of zelfs geen omgangsregeling heeft. Aanvoeren dat gescheiden ouders elkaar maar moeten informeren is niet legitiem. Alleen als de rechter dat in een specifiek geval bepaalt, mag de school afwijken van de informatieplicht.
    Over de inhoud van dit onderwerp is ook een protocol aanwezig. Deze kunt u opvragen bij de administratie van uw school of bij het secretariaat van Stichting Vrijescholen Athena.

    Vereniging voor Vrijescholen

    Landelijke organen:

    De scholen van onze stichting zijn lid van de Vereniging van Vrijescholen ( www.vrijescholen.nl). Het bureau van de vereniging is vooral actief om het belang van vrijescholen en vrijeschoolonderwijs te behartigen. Daarnaast is de vereniging het landelijk platform waar scholen elkaar ontmoeten, ervaringen uitwisselen en opdrachten formuleren voor onderzoek.

    De bestuurder vertegenwoordigt de Athenascholen in het Platform Primair Onderwijs waarin hij regelmatig overleg heeft met andere bestuurders van vrijescholen organisaties. Hij bezoekt ook algemene ledenvergadering.

    Daarnaast zijn de stichting en de scholen lid van de Verenigde Bijzonder Scholen en de PO-Raad

     

    Schoolbegeleiding

    De vrijescholen in Nederland hebben een eigen onderwijsbegeleidingsdienst. Consulenten van deze dienst kunnen ingeschakeld worden voor teamscholing, individuele lerarenbegeleiding en leerlingonderzoek.

    De scholen binnen de Stichting Vrijescholen Athena maken waar noodzakelijk ook gebruik van reguliere, landelijke begeleidingsdiensten of van een begeleidingsdienst vanuit de regionale samenwerkings-verbanden. De Begeleidingsdienst voor vrijescholen is sterk in de specifieke aanpak en uitvoering van de vrijeschoolpedagogiek. De Begeleidingsdienst ondersteunt onder andere bij inhoudelijke thema’s rond het vrijeschoolonderwijs, onderwijsinhoudelijke onderwerpen als didactiek, handelingsgericht werken, sociaal-emotionele ontwikkeling en leerlingenzorg. De diensten kunnen worden aangevraagd door vertegenwoordigers van de school. Voor uitgebreidere informatie: zie www.bvs-schooladvies.nl. Ouders kunnen voor dyslexiezorg (ONL) van hun zoon/dochter de Begeleidingsdienst benaderen.

     

    Sponsoring

    Scholen van de stichting Vrijescholen Athena kunnen zich laten sponsoren. Door sponsoring kunnen de scholen financiële speelruimte creëren die zowel ten goede komt aan het onderwijs als allerlei nevenactiviteiten. Onze stichting staat in principe niet afwijzend tegenover sponsoring.

    Sponsoring moet voldoen aan een aantal voorwaarden:

    • Het moet verenigbaar zijn met de pedagogische en onderwijskundige taak en doelstelling van de

    school.

    • Objectiviteit, geloofwaardigheid, betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van het onderwijs, de

    school en de daarbij betrokkenen moeten gegarandeerd zijn.

    • Onderwijsinhoud en/of de continuïteit van het onderwijs zijn onafhankelijk.
    • Sponsoruitingen in gesponsord lesmateriaal wijzen we af.
    • Bovengenoemde punten vinden hun basis in het convenant sponsoring, dat de staatssecretaris

    van Onderwijs en alle landelijke onderwijsorganisaties van besturen, personeel, ouders en leerlingen en een aantal andere organisaties – waaronder de Consumentenbond hebben ondertekend.

    • Alle sponsoractiviteiten die de school onderneemt behoeven de goedkeuring van het College van

    Bestuur en de instemming van de directeur en de medezeggenschapsraad van de betreffende school.

    • Ouders die klachten hebben over sponsoring, uitingsvormen van sponsoring en niet akkoord

    gaan met de wederprestatie die aan de sponsoring verbonden is, kunnen een klacht indienen bij

    de directeur en/of het College van Bestuur.

    Op het moment dat de school een sponsoractiviteit opzet, zal zij u vooraf informeren middels het ouderbericht of een aparte brief.

    Verzekering

    De school is collectief verzekerd tegen ongevallen bij de maatschappij Marsh.

    De verzekering is uitsluitend van kracht tijdens schooluren en tijdens de reis van school naar huis en omgekeerd (rechtstreeks), tot een maximum van één uur. Indien de afstand school – huis meer dan vier kilometer bedraagt, is de maximum reistijd twee uur (gerekend voor een enkele reis).

    De verzekering is eveneens van kracht bij alle door de school georganiseerde activiteiten onder leiding van leerkrachten of daartoe door het schoolbestuur aangewezen volwassen personen.

    Gemeentelijke reiskostenvergoeding

    Ouders hebben de mogelijkheid om een tegemoetkoming in de reiskosten aan te vragen. U kunt hiervoor contact opnemen met de eigen gemeente, aangezien in elke gemeente de regeling reiskostenvergoeding verschillend is.

    Kinderopvang

    In het gebouw is eveneens Koala, onderdeel van SKID kinderopvang, gehuisvest.

    Koala biedt een breed scala aan arrangementen voor dagopvang voor kinderen in de leeftijd van 0 tot 4 jaar en in buitenschoolse opvang voor kinderen in de leeftijd van 4 tot 13 jaar. Ze laten zich in de zorg voor kinderen inspireren door de antroposofie. Het wordt zichtbaar in de aankleding en vormgeving van de ruimte, in de omgang met de kinderen en in de verantwoorde ecologische voeding.

    Voor meer informatie of een afspraak kunt u contact opnemen met:

    Koala

    Tuinstraat 3

    9404 KK Assen

    (0592) 30 29 09 informatie over Koala

    (0592) 30 41 90 informatie over plaatsing bij SKID kinderopvang

    W www.skidkinderopvang.nl

    kinderziektes: wat te doen

     

    Krentenbaard

     

     

    100 jaar Waldorf

    Ter gelegenheid van het bijna 100-jarig bestaan van de vrijeschoolpedagogie is een korte film verschenen, waarin in vogelvlucht zichtbaar wordt hoe overal ter wereld leerkrachten proberen vanuit dit concept te werken in de context van lokale culturele- en religieuze...

    Minor vrijeschoolonderwijs

    Nieuwsbericht minor Vrijeschoolonderwijs (3)Download Minor Vrijeschoolonderwijs start komend schooljaar. Alle pabo-studenten in Nederland kunnen vanaf komend studiejaar (2019-2020) een minor Vrijeschoolonderwijs volgen in Nijmegen. Met het behalen van de minor kunnen...

    Waarom is de vrijeschool zo populair?

    Waarom is de vrijeschool zo populair?

    Wie denkt dat de vrijeschool iets is voor hippies en vrijdenkers uit de Randstad komt bedrogen uit. In de krimpregio Drenthe barsten de vrije-scholen uit hun voegen. Wat is het geheim van hun succes? ‘Zelfs de toekomstige klassen zitten al vol”, lacht Hetty Hospes-van...